De taal die we spreken
De taal die we spreken -originele tekst-
Ieder mens spreekt een taal. Al vanaf het vierde levensjaar leert een kind een taal of meerdere talen. In Nederland bestaan er naast “Algemeen Beschaafd Nederlands” (ABN), ook meerdere dialecten, zoals Fries, Twents en Limburgs. Dit is afhankelijk van de regio waarin mensen wonen. Zo zegt de bekende Friese weerman Piet Paulusma “Oant moarn” als hij de kijker graag de volgende dag terug ziet. Persoonlijk vind ik de Limburgse “zachte G” een mooi dialect, alleen al om de charme van de uitspraak. Maar zo is er eigenlijk wel wat te zeggen voor elk Nederlands dialect.
SMS stijl
Iedr mens sprkt een taal. Al vnf t 4e levnsjr leert een kind een taal of mrdere talen. In NL bestn r naast ABN, ook mrdere dialecten, zoals Fries, Twents en Limburgs. Dit s afhanklijk van d regio waarin mnsen wonen. Zo zgt de bknde Friese weermn Piet Paulusma “ Oant moarn” als hij d kijker graag de vlgnde dag terug ziet. Persnlijk vind k d Limburgse “zachte G”een mooi dialect, alleen al om d charme vn d uitsprk. Maar zo s r eink wel wat t zggn voor elk NLs dialect.
Formele stijl
Elk persoon spreekt een taal. Vanaf het vierde levensjaar begint een kind met het spreken van één of meerdere talen. In Nederland worden, naast het Algemeen Beschaafd Nederlands, verscheidene dialecten gesproken. Als voorbeelden zijn Fries, Twents en Limburgs te benoemen. De heer Piet Paulusma is een bekende weerman, van Friese afkomst. Meneer Paulusma wenst de kijker dagelijks “Oant moarn”. De letterlijke vertaling hiervan is “tot morgen”, waarmee hij de kijker vriendelijk vraagt de volgende dag wederom te kijken.
Mijn persoonlijke voorkeur gaat uit naar het charmante Limburgse dialect. Uiteraard heeft elk dialect in Nederland wel iets moois in zich.
Sinterklaasrijm
Iedereen spreekt een taal
Zelfs kinderen van vier maken al kabaal
Over het algemeen is ABN de taal die we spreken
Maar dan wordt je in Friesland, Twente en Limburg raar aangekeken
“Oant moarn” zegt Piet Paulusma daar
Een echt friese bewonderaar
Want morgen is er weer een dag
Dat er weer gekeken worden mag
Limburgs is toch wel het mooiste dialect
Met de “zachte G” als bekendst aspect
Want alle dialecten in Nederland
Zijn mooie dialecten van het vaderland
Waarom hedendaagse jongeren zijn zoals ze zijn!
“Jongeren zappen, chatten en blowen zich suf. Ze lezen geen kranten meer, studeren te weinig en kijken nauwelijks nog naar het journaal.” Op deze manier opent Rob Wijnberg, opinieredacteur van NRC Handelsblad en nrc.next, zijn pamflet BOEIUH! Een rood, dun boekje dat de lezer niet alleen pakt met de omslag, maar je inhoudelijk een verassende blik gunt in het leven van de hedendaagse jeugd.
Ruben, Peter en de verteller worden gekarakteriseerd als jeugd die een weg banen door de hedendaagse postmoderne samenleving zonder enige emotie, motivatie en enthousiasme. In de drie essays Boeiuh, Chilluh en Pimpuh worden zij geconfronteerd met aspecten van informatieoverload met daarin de toenemende mediadruk, het zorgwekkende extremisme en het vruchteloze idealisme, waarmee de oudere generaties er tegen ten strijde trekken. In het eerste gedeelte worden voorbeelden besproken in de media, zoals `creality` ; gecreëerde reality, een mix van werkelijkheid en bewust gemanipuleerde presentatievormen of omstandigheden, die de grens tussen fictie en bedrog langzaam maar zeker uit het bewustzijn van de gemiddelde mediaconsument aan het stoten is. Persoonlijke reflectie is meestal geheel afwezig, omdat er niet over de informatie nagedacht hoeft te worden of omdat men er niet meer over na wil denken. Volledige passiviteit heerst: Boeiuh!
Het tweede gedeelte van het boek, genaamd; Chilluh!, gaat over de reactie van de jongeren op de “dramademocratie”, waarin de politiek tot theater verderft en het nieuws nog net het niveau van een soap haalt. Naast “het chilluh in de kroeg” is chillen volgens de auteur ook een levenshouding: het vinden van een balans tussen vrijheid van de persoonlijke verantwoordelijkheid, redelijkheid en zelfvertrouwen. Deze twee betekenissen zijn sterk aan elkaar gerelateerd als je bedenkt dat de jeugd het “chilluh” aangrijpt om te ontsnappen aan de absurde realiteit.
Het laatste deel gaat over Pimpuh! Hedendaagse jongeren zijn opgegroeid in een tijdperk van individualisme. De postmodernistische afkeer tegen de waarheid met als gevolg het verliezen van de identiteit is vanzelfsprekend, maar het blijft een moderne maatschappij waarin wij ons leven zelf zo goed mogelijk geregeld willen hebben.Pimpuh gaat ook om het eigen welzijn, zelfvertrouwen krijgen en een goed gevoel over jezelf hebben. Terug gaan naar het “ik” staat in dit deel centraal.
Rob Wijnberg baseert zijn argumenten geheel op de realiteit en zijn kennis van de geschiedenis van de samenleving. Hij baseert zijn verhaal niet alleen op “een enkele droevige krantenkop”, maar bekijkt, in tegenstelling tot andere boeken in dit genre, de jeugd vanuit verschillende perspectieven. In dat opzicht een origineel boek, waarin de jeugd op een andere wijze onder de loep wordt genomen, zonder bevooroordeelde negativiteit. Het is dan ook een echte aanrader als je wilt weten hoe de jongeren van tegenwoordig zijn zoals ze zijn.
Redacteuren stelling
Media zijn tegenwoordig niet meer weg te denken uit het dagelijks leven. Was tot eind 19e eeuw het geschreven of gesproken woord het voornaamste communicatiemiddel, tegenwoordig houden we elkaar online up-to-date via MSN en e-mail, anytime, anyplace!
Vooral dat laatste is iets, wat vroeger uit den boze was. Een brief schrijven en versturen kostte tijd en geld! Maar tijd ís geld tegenwoordig, dus waarom moeilijk doen als het ook makkelijk kan. Mijn stelling gaat dan ook over communicatie tussen vroeger en nu:
“Brieven schrijven is uit, e-mail is in.“
Waarom zou je nog een brief met de hand schrijven als je met e-mail binnen 3 klikken hetzelfde tegen iemand kan zeggen? Waarom stuurt iedereen nog een kerstkaart met de post, als er online mooie en snelle kerstkaarten verstuurd kunnen worden?
Het gaat vooral om het persoonlijke gevoel wat een brief iemand geeft. Mensen worden steeds minder persoonlijk, omdat ze daar simpelweg geen tijd meer voor hebben. Van een e-mail ligt niemand tegenwoordig meer wakker. Een persoonlijke brief, speciaal aan jou gericht doet tegenwoordig meer met je emotie. Het is gewoon persoonlijk. Iemand heeft voor jou de moeite genomen een pen te pakken en iets voor jou op papier te zetten, deze in een enveloppe te doen, er een postzegel op te plakken en deze vervolgens in de brievenbus te stoppen.
Het gaat om de waardering hiervoor dat het bestaan van brieven nog niet doodgebloed is.
Desondanks past brieven schrijven niet meer in het hedendaagse tijdperk, waarbij informatie zo snel mogelijk overgebracht moet worden van zender naar de ontvanger. We moeten allemaal met de tijd mee!
schrijfoefening week 1 – Lieve Radiowekker
De eerste schrijfoefening van het vak Interactieve tekst.
Ik heb er voor het medium radiowekker gekozen, omdat ik hem elke dag gebruik om de tijd op te lezen, radio te luisteren en als wekker. Zeker dat laatste is iets wat heel belangrijk voor me is, optijd opstaan! Maar het kan soms ook heel vervelend zijn als je er vroeg uitmoet. Ik heb ervoor gekozen om mijn tekst te schrijven in een persoonlijke rijm aan mijn radiowekker. Dit laat goed zien hoe ik mijn wekker gebruik en deze soms haat, maar over het algemeen adoreer.
Lieve radiowekker,
Ik hou van je mooie rode cijfers, het zijn je ogen
Elk uur, minuut, seconde, ik tel ze af
Na een lange dag vertellen ze mij, mijn ogen te sluiten
En wanneer ik weer mag ontwaken, de volgende dag
Je geeft me soms je mooiste klanken
Bij eenzame stilte, op een regenachtige dag
En gaat de zon dan toch weer schijnen
Dan zet ik je net zo makkelijk weer af
Ik kan op je bouwen en je vertrouwen
Als mijn gedachte mij verlaat
Ben jij er voor mij
Als je tenminste aanstaat
Maar zo vroeg in de ochtend
Als ik met één oog naar je kijk
Vind ik je toch minder aardig
Ik moet zo ontwaken uit mijn dromenrijk
Als je het dan ook nog eens presteert
Met toeters en bellen
Mij te ontwaken uit mijn slaap….
Rustig maar lieve radiowekker, je blijft mijn steun en toeverlaat.